Preek van 2 april 2017

2 april.1Het is vandaag de vijfde zondag van de 40dagentijd. En de officiële naam van deze zondag luidt: Zondag Judica. Dat betekent: ‘Zondag , doe mij recht, beoordeel mij naar mijn daden!’ Deze Naam is ontleend aan psalm 43. Onze Bijbelverhalen zullen dan ook vast over dit thema gaan. En gezien de grote foto van de kabinetsformatie, wordt dit thema ook weer geactualiseerd.

De vorige weken heb ik jullie deze afbeelding al laten zien uit de klassieke oudheid. Een kruis met een zonnerad. Dat zonnerad verwijst naar Christus als de Zon van Pasen die alle duisternis verjaagt. Dat thema zien we ook terug bij deze sculptuur uit Spanje. O.a. in Sevilla wordt Christus met Pasen vaak afgebeeld met zonnestralen op zijn hoofd. En hij kijkt hier wat bedrukt, want dit beeld drukt zijn verdriet uit voorafgaand aan de Passieverhalen. Maar het vreugdevolle, zonnige slot van Pasen is al te zien door die zonnestralen op zijn hoofd.2 april.2Dat thema Christus, zon van Pasen, heeft ons er toe gebracht elke week een weerbericht te maken tijdens de 40dagentijd. De zgn 40daagse weersverwachting. Dat doen we om te kijken hoe het weer er voor staan in de levens van gemeenteleden die we vaak zien, maar ook van gemeenteleden die om verschillende redenen niet of minder vaak meer in de kerk kunnen komen.

Jesaja 5 : 1-7
Aan de kinderen heb ik zopas de gelijkenis verteld van de de onrechtvaardige pachters. Pachters, die van de eigenaar een wijngaard in beheer hebben gekregen, maar zich gedragen als de bezitters. Dat voorbeeld heeft Jezus natuurlijk niet zo maar gekozen. Dat voorbeeld heeft Jezus geleend van de oude profeet Jesaja. Jesaja vergeleek Israël vaak met een wijngaard. Zo ook in het lied dat Jesaja optekende en daarmee Gods bedoelingen met de wereld uitlegde. Laten we eerst de tekst van dat lied lezen en luisteren hoe dat zich verhoudt met de gelijkenis die Jezus vertelde over de onrechtvaardige pachters.
2 april.3Voor mijn geliefde wil ik zingen
het lied van mijn lief en zijn wijngaard.
Mijn geliefde had een wijngaard,
gelegen op vruchtbare grond.

Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit
en plantte een edele druivensoort.
Hij bouwde er een wachttoren,
hakte ook een perskuip uit.
Hij verwachtte veel van zijn                                                                                                     wijngaard,
maar die bracht slechts wrange druiven voort.

Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem,
spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.

Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen,
wat heb ik te weinig gedaan?
Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard,
waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?

Luister, ik zal jullie vertellen
wat ik met mijn wijngaard ga doen:
Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af,
zodat hij verbrand en vertrapt kan worden.

Ik zal hem laten verwilderen,
er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied,
dorens en distels schieten er op.
De wolken zal ik opdragen
geen regen op hem te laten vallen.

Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten,
de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht,
hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

 

Gemeente van onze Heer,

Dit is Paul. Paul was één van mijn beste vrienden tussen mijn 20e en 30e levensjaar. 2 april.5.paulWeekendjes weg, gezellige avonden. Ik was ceremoniemeester op zijn huwelijk. En toen ik predikant werd in 1995 sprak hij namens de vriendengroep de kerk toe bij mijn bevestiging in het ambt. Later verloren we elkaar steeds meer uit het oog en eigenlijk hebben we elkaar al jaren niet meer gezien. Vorige week zondag werd ik gebeld. Paul had een hersenbloeding gehad op het hockeyveld. Per helikopter naar het VU ziekenhuis, maar het mocht niet baten. Paul stierf, 51 jaar oud. Straks na deze dienst ga ik naar Amsterdam voor een uitvaartplechtigheid. Gelukkig niet als predikant, wel als vriend… vriend van vroeger, als ik eerlijk ben. Het heeft me deze week erg bezig gehouden. Paul laat een vrouw na en twee jonge kinderen.

Op dit plaatje zien jullie een tunnel. Heel veel mensen geloven, dat we na onze dood door zo’n tunnel naar het licht gaan.2 april.6.paul Een hiernamaals waarover we slechts in beelden kunnen spreken. Ik weet niet hoe jullie denken over leven na de dood. Van huis uit heb ik mee gekregen dat we na onze dood voor God mogen verschijnen. Zelf vertrouw ik daar ook op. Ik denk soms: als de EEUWIGE een weg met ons gaat in dit leven, waarom dan ook niet voorbij de grenzen van de dood? Mischien geloof jij wel niet in een hiernamaals. Beiden kunnen we daar niets met zekerheid over zeggen. Maar stel nu eens, dat het wel waar is. Dat we de EEUWIGE mogen ontmoeten na dit aardse leven. Wat zou de ENE dan tegen ons zeggen? Wat zou de ENE aan jou en mij vragen als we voor die hemelse troon verschijnen?
……..
Gek hè…in het hiernamaals geloof ik, maar wat de EEUWIGE ons vraagt, dat denk ik zeker te weten. En dat ik dat denk, dat komt door Jezus. DE EEUWIGE zal ons vragen: welke vruchten heb jij voort gebracht? Hoeveel vrucht is er dankzij jouw leven tot wasdom gekomen in mijn wijngaard? Aan de ene kant is dat een confronterende vraag. Eeeh eeh…en dan hoop ik maar dat ik een aantal vruchten van mijn leven kan noemen. Aan de andere kant is dat ook een fantastische vraag. Want als we Jezus mogen geloven, gaat het de ENE niet om de dingen die we goed of fout hebben gedaan, maar om de vruchten, die we hebben voortgebracht.

Misschien vind je dat heel normaal, maar ik weet heel goed dat dat vroeger wel anders was. Mijn wortels liggen in de christelijke gereformeerde kerk. En dat zijn niet de vrolijke jongens op het kerkelijke erf. Zo weet ik dat mijn vader als kind vreselijk bang is gemaakt voor dingen die hij verkeerd kon doen. Een voorbeeld. Mijn vader was 17 jaar toen hij de deur uitging en een baan kreeg in Haarlem. Ja, dat was echt de deur uit, want hij woonde in de buurt van Dokkum, in de kop van Friesland. Tegenwoordig denk je, dat is twee uur zonder file. Best te doen, maar mijn vader fietste dat. Bijna elke weekend op en neer van Haarlem naar Dokkum en weer terug. Over de Afsluitdijk, waar toen nog geen snelweg overheen was gelegd.2 april.7 Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Nu ging hij niet elke week naar Friesland en elk weekend dat hij in Haarlem bleef, vroegen zijn vrienden hem steevast: Wybren, ga je mee naar de film vanavond? Nee, was dan zijn antwoord, want hij had geleerd dat God niet wilde dat christenen naar de bioscoop gingen. God zou uit boosheid de muren wel eens op hem neer kunnen laten vallen. Ja, mijn vader werd groot met de gedachte: bedenk goed waar je heengaat, je moet overal kunnen sterven. In die tijd dacht een grote groep christenen kennelijk dat God jou in het hiernamaals zou vragen: wat heb je goed gedaan en wat heb je slecht gedaan. En daarbij vergaten ze voor het gemak dat ‘goed’ en ‘kwaad’ vaak hele relatieve begrippen zijn. Wat vandaag als goed geldt, blijkt morgen slecht en andersom. Toch zijn er hele generaties opgegroeid met de gedachte dat een ijsje kopen op zondag je kansen op de hemel zouden verkleinen.2 april.8 Anders gezegd: dat God jouw goede en kwade daden op zou tellen en aan het eind de balans zou opmaken. Misschien wel net als de oude Egyptenaren die geloofden dat de god Anubis jouw leven ooit zou wegen. Links het hart, rechts een veertje. Ja, alleen wie een onbezwaard hart had, mocht het eeuwige leven binnengaan.

Dat geloof ik dus niet. In mijn beleving is de EEUWIGE niet geïnteresseerd in onze missers. Integendeel. Dan zou ons hele leven moeten bestaan uit het voorkomen van missers. Dan zou ons hele leven bestaan uit keurig langs het lijntje lopen en geen fouten durven maken. Dan zouden we de passie en de begeestering moeten vermijden. Nee, geloof Jezus nu maar: de ENE is niet geïnteresseerd in onze fouten. De ENE wil weten hoeveel vrucht jij hebt voortgebracht. Dat is wat anders dan het beeld van een weegschaal.

En zo komen we bij de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters. Nu kun je dit verhaal op twee manieren uitleggen. Je kunt het lezen als een verhaal over Gods verbond met Israël en je kunt het lezen als een verhaal over jou en mij. Dat eerste is vaak gebeurd in de kerkgeschiedenis. En de gedachte was dan: als Jezus het over de pachters van de wijngaard heeft, dan bedoelt hij Israël, Gods volk. Dat volk zal de Zoon van God, de Zoon van de eigenaar, uiteindelijk vermoorden om zo baas te worden in eigen huis. Vervolgens kan de eigenaar niks anders doen dan orde op zaken te stellen en de wijngaard toe te vertrouwen aan nieuwe eigenaren. En die nieuwe eigenaren, je voelt het al aankomen, dat is de kerk. De plaats van Israël wordt overgedragen aan de Christenen. Na Jezus’ dood wordt de kerk het nieuwe volk van Gods verbond.

Ik geloof daar niks van. Als we de bijbel mogen geloven, is en blijft Israël Gods oogappel. De EEUWIGE is immers trouw tot in de duizendste generatie. En wij, christenen, mogen aanschuiven. Ook voldoende reden om dankbaar voor te zijn. Ik lees het verhaal van de onrechtvaardige pachters dan ook niet als het begin van een nieuw verbond tussen God en mensen, ik lees het als een verhaal over jou en mij. Ik lees deze gelijkenis als een verhaal dat vertelt waarom er altijd weer van alles misgaat in ons leven. De bron van veel kwaad en ongelukkig zijn, komt voort uit een vergissing. Altijd weer zien we ons zelf als eigenaar en niet als pachter. Altijd weer maken we ons groot in plaats van op de vraag te letten: hoeveel vruchten heeft mijn leven voortgebracht? Heel veel kwaad heeft dus te maken met onze insteek in het leven.

En als je goed om je heen kijkt, zie je deze vergissing overal om je heen gebeuren. Vaak een beetje verstopt onder een sausje van redelijkheid. ‘Ik voel me verantwoordelijk voor….’ of ‘ik moet toch de belangen behartigen van…’ Nou, geloof me, als mensen beginnen over hun verantwoordelijkheid of ‘de belangen behartigen van….’ dan bedoelen ze hun eigen positie. ‘Ga toch weg!’ lijkt Jezus vandaag te zeggen. Vergeet niet dat je slechts een pachter bent en niet de eigenaar. Jouw zogenaamde “verantwoordelijkheid” zal me worst zijn. De vraag is enkel: hoeveel vruchten heb je voortgebracht?

Laat ik een voorbeeld noemen. Stel jouw kind is verliefd op iemand die die jij helemaal niet ziet zitten. Waarschijnlijk doet zo’n kind zijn of haar best om toch het beste beentje voor te zetten. Maar ja…het is niet jouw type. Of je vindt dat je eigen kind daar nog niet aan toe is. Dus die nieuwe geliefde kan het onmogelijk goed doen in jouw ogen. Wat moet zo’n schoonzoon of schoondochter dan van jou hopen? Dat je zo snel mogelijk dood gaat? Of mag hij of zij hopen, dat je hem of haar een kans geeft. En als je al denkt dat jouw mening van gewicht is, gedraag je je dan als eigenaar of als pachter? Ja, hoe langer ik er over peins, denk ik dat Jezus bij die wijngaard vooral dacht aan de ziel van een ander mens. De wijngaard, dat is de ziel van de mens, die op jouw pad komt. Hoeveel vrucht heb je helpen voortbrengen in het leven van een ander? Ja, hoeveel vruchten heeft jouw leven voortgebracht? Zie je andere mensen als middel om jouw eigen belang te dienen, of ben jij degene die de ziel van een ander de ruimte mag geven om te groeien? Dat laatste is denk ik heel belangrijk. Jij bent degene die de ziel van een ander de ruimte mag geven om te groeien.

Het zou fijn zijn als dat ook de geest wordt aan deze tafel, bij informateur Edith Schippers. 2 april.1Jij bent degene die de ziel van een ander de ruimte mag geven om te groeien. En hoe werkt dat dan? Ik las deze week ergens een zin die daar richting aan geeft. Politici zouden zich niet moeten richten op hun kiezers, maar op de kinderen en kleinkinderen van hun kiezers. Met andere woorden, politici vertegenwoordigen geen belangengroepen, maar idealen. Politiek zou gericht moeten zijn op een toekomst voor iedereen. De instandhouding van de wijngaard en wel zo, dat deze vruchten van liefde kan blijven voortbrengen.

Nu hebben wij weinig of geen invloed op die tafel, maar we kunnen wel kijken naar ons eigen leven. Zeker op zondag Judica, ‘zondag doe mij recht’. Zondag beoordeel mij naar mijn daden. Zelf had ik deze week het gevoel: had ik niet meer en langer moeten investeren in die vriendschap met Paul. Ja, misschien. En daar kun je over tobben, maar dat heeft weinig zin. En gelukkig mag ik weten dat de EEUWIGE niet kijkt naar de missers, maar wel naar de mooie dingen die hij en ik elkaar in onze vriendschap hebben gegeven. En jullie hebben wellicht weer andere dingen om over te tobben. Houd alsjeblieft vast aan de gelijkenis van vandaag. Wij zijn pachters, wij zijn geen eigenaren van deze schepping. Dus maak je niet groter dan je bent, verschuil je niet achter zogenaamde verantwoordelijkheden en belangen. Laat het los. Bovendien, wie loslaat, heeft twee handen vrij. Er is nog volop werk in de wijngaard. Laten we elkaar aandacht geven, ruimte en vriendelijke woorden. Lief en zacht.

Amen